SluitenHelpPrint
Switch to English
Cursus: 202000822
202000822
Cardiorespiratoir systeem
Cursus informatie
Cursus202000822
Studiepunten (ECTS)15
CursustypeOnderwijseenheid
VoertaalNederlands
Contactpersoondr. E. Mos - Oppersma
E-maile.mos-oppersma@utwente.nl
Docenten
VorigeVolgende 5
Docent
dr. E.J.F.M. ten Berge
Docent
dr. A. van Cappellen van Walsum
Docent
R.F.A.A. Corsten
Docent
ir. E. van Dijk
Docent
dr. E. Groot Jebbink
Collegejaar2020
Aanvangsblok
1B
AanmeldingsprocedureZelf aanmelden via OSIRIS Student
Inschrijven via OSIRISJa
Cursusdoelen
Studenten verwerven inzicht in anatomie, fysiologie en pathofysiologie van het cardiorespiratoire systeem, evenals in relevante meet- en beeldvormende technieken en basisvaardigheid in klinisch en technisch-geneeskundig redeneren, consultvoering en dossiervoering. Hiermee leren zij (mede in het project) om klinisch relevante technisch geneeskundige problemen in het cardiorespiratoir systeem op te lossen, een (differentiaal) diagnose te stellen en therapie voor te stellen in een intercollegiaal overleg.
De hoofddoelstelling van deze module is om kennis te krijgen van de fysiologie en de belangrijkste ziekten van het cardiovasculaire- en respiratoire systeem. Hierbij is essentieel om inzicht te verkrijgen in de moderne diagnostiek en therapie die van toepassing zijn op beide orgaansystemen. Daarbij speelt beeldvorming van het cardiorespiratoire systeem een essentieel onderdeel in deze module. Met name X-ray imaging, computer tomografie (CT) en PET/SPECT (nucleaire geneeskunde) zullen deze module uitgebreid aan bod komen, met als doel dat deze technieken doorgrondt en beheerst worden, zodat deze toegepast kunnen worden in het klinische pad dat de patiënt in het project door middel van een patientencasus doorloopt. 
De structuur van de module is als volgt:

(structuur volgt z.s.m.)

Hart  Anatomie
De student:
-    Heeft 3D inzicht in de positie van het cardiovasculaire systeem in het menselijke lichaam;
-    Kan uitleggen hoe het hart en grote vaten zich embryonaal ontwikkelen. 
-    Kent de uitwendige en inwendige bouw van het hart, aansluiting van de grote vaten, coronairarterien en geleidingssysteem;
-    Kan van de vier congenitale cardiovasculaire malformaties VSD, ASD, ODB en CoA:
o    Deze pathologische hartafwijkingen definiëren in anatomische  termen.
o    Kan met kennis van de embryonale ontwikkeling uitleggen hoe deze pathologische aangeboren hartafwijkingen kunnen ontstaan.
-    Kan de hemodynamische veranderingen van bovenstaande anatomische afwijkingen in een stroom-schema beschrijven en zo beredeneren wat het klinisch effect is op de longen en het hart.

Hart   (Patho)Fysiologie  Klinisch
De student:
-    Kan de belangrijkste congenitale afwijkingen benoemen en begrijpt de consequenties van de specifieke afwijkingen daarbij.
-    Kan de oorzaken van hartfalen benoemen en globale therapie daarvan.
-    Begrijpt de (verkregen) afwijkingen aan hartkleppen (met name aan de linker hartshelft) en de consequenties daarvan.
-    Begrijpt het begrip coronairlijden, de risicofactoren die daartoe kunnen leiden, de pathofysiologische (vaat)veranderingen en kent de termen behorend bij pijn op de borst en hartinfarct. Kan dit globaal scheiden van andere vormen van thoracale pijn.
-    Kent de basisbegrippen van het ECG, kan dit toepassen op een casus, waarbij de nadruk zal liggen op ritmestoornissen en diagnostiek rond pijn op de borst.
-    Is op de hoogte van de verschillende indicaties voor TTE en TEE en de achtergrond daarvan.
-    Begrijpt het ontstaan van de verschillende tonen en souffles (geruisen) van het hart.

Hart   (Patho)Fysiologie  Technisch
De student kan:
-    de verschillende onderdelen van het circulatiesysteem (hart en bloedvaten) en hun functionele samenhang benoemen.
-    de (patho)fysiologie van hart en bloedvaten en hun samenhang beschrijven, mede aan de hand van de druk-volume curve, regulatie van hartminuutvolume, autoregulatie, transport van zuurstof en water in- en uit de capillairen en shock.
-    omgaan met Simulink voor het modelleren van biologische systemen, waaronder het hart en het vaatstelsel.

Hart  Techniek  Electrofysiologie
De student:
-    Begrijpt hoe het hart elektrisch geactiveerd, en hoe die activiteit zich verspreid over het hart.Kan uitleggen wat lead-vectoren en de hart-vector zijn, en je kunt dat begrip toepassen om te beredeneren hoe een afwijkend activatiepatroon zich uit in het ECG.Kan een passende methode van filtering kiezen om het effect van storing in een ECG-registratie te verminderen. Je kunt tevens uitleggen hoe filtering de registratie van het ECG kan vervormen.

Hart  Techniek  US
De student is in staat om:
-    ‘Pulsed wave Doppler’ voor het doen van in vivo snelheidsmetingen te begrijpen op basis van de begrippen: sample volume, vat-probe hoek, pulse repetition frequentie, probe frequentie en snelheid van geluid in weefsels.
-    De nauwkeurigheid van ‘pulsed wave Doppler’ te onderzoeken in een lab opstelling met behulp van een klinisch ultrasound systeem.
-    De golfvorm van het gemeten spectrum in een arterie (bijv. de aorta) te verklaren op basis van kennis over pulsatiele bloedstroom en fysiologie van de bloedvaten.
-    De andere op Doppler gebaseerde technieken: color Doppler en CW Doppler te benoemen en de verschillen tussen deze technieken aan te geven.
-    De klinische toepassingen van pulsed wave Doppler als diagnostische tool te benoemen
-    Het begrip verkregen onder leerdoel 1,2 en 3 toe te passen tijdens een pulsed wave of color Doppler meting op een mede student, met behulp van een klinisch ultrasound systeem.
-    Aan de hand van de metingen en theorie een onderbouwde inschatting te maken van de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van de Doppler metingen in het menselijk lichaam.

Hart  Techniek  Straling + Longen  Techniek  Straling/Nucleair
De student kan: 
-    Uitleggen van de technologische werking van X-Ray, CT en PET/SPECT
-    Beredeneren wat de mogelijkheden, onmogelijkheden en risico’s zijn van deze beeldvormende technieken voor diagnose en therapie
-    Toepassen van de wiskundige principes voor het reconstrueren van beelden uit X-Ray, CT en PET/SPECT

Longen  Anatomie
De student:
-    Heeft 3D inzicht in de positie van het respiratoire systeem in het menselijke lichaam;
-    Kan uitleggen hoe de longen, rompwand en diafragma zich voor de geboorte ontwikkelen tot een functionerend respiratoir systeem;
-    Kent de anatomische bouw van de bovenste en onderste luchtwegen en kent de spieren betrokken bij de ademhaling.

Longen  (Patho)fysiologie  Klinisch
De student kan: 
-    met verworven kennis omtrent anatomie, beeldvorming en fysiologie van het broncho-pulmonale systeem  als basis, pathologie op te sporen/uit te sluiten en/of te analyseren  met behulp van aan te leren adequate onderzoekstechnieken.

Longen  (Patho)fysiologie  Technisch
De student:
-    Kan de fysiologie van het respiratoir systeem uitleggen aan de hand van de begrippen druk, flow, weerstand en compliantie.
-    Kan respiratoire ziektebeelden uitleggen aan de hand van veranderingen in deze fysiologie.

Longen  Techniek  Longfunctie
De student:
-    Kan beredeneren waarom hij welke longfunctie test nodig heeft bij welke patiënt
-    Kan de longfunctie test uitvoeren, analyseren en interpreteren.

VCPG 
Consultvoering
De student Technische Geneeskunde kan:
-    Verwoorden hoe een compleet consult verloopt, d.w.z. vraagverheldering, anamnese en beleid, inclusief de benodigde vaardigheden;
-    Een geheel consult voeren, inclusief vraagverheldering, anamnese en beleid;
-    De uitkomst van het consult overbrengen aan een professional;
-    Op correcte wijze lichamelijk onderzoek uitvoeren.
Zichzelf presenteren als Technisch Geneeskundige
-    De student Technische Geneeskunde kan:
-    Zich presenteren als een Technisch Geneeskundige (in opleiding) en uitleg geven over (de inhoud van) zijn/haar functie;
-    De rol van professional aannemen in contact met de patiënt.

Reflecteren
De student Technische Geneeskunde kan:
-    Een situatie beschrijven en analyseren en daarbij leermomenten/leerpunten signaleren;
-    Op de essentie van zijn leren reflecteren, daarbij zijn eigen aandeel herkennen en hier lering voor zijn persoonlijke ontwikkeling aan verbinden.

Lichamelijk Onderzoek
De student:
-    beschikt over de vaardigheden om een goed LO te kunnen uitvoeren met inachtneming van een respectvolle professionele, op de klachtgerichte benadering van de patiënt.

 
Inhoud
Studenten verwerven inzicht in anatomie, fysiologie en pathofysiologie van het cardiorespiratoire systeem, evenals in relevante meet- en beeldvormende technieken en basisvaardigheid in klinisch en technisch-geneeskundig redeneren, consultvoering en dossiervoering. Hiermee leren zij (mede in het project) om klinisch relevante technisch geneeskundige problemen in het cardiorespiratoir systeem op te lossen, een (differentiaal) diagnose te stellen en therapie voor te stellen in een intercollegiaal overleg

Externe docenten:
P. van Dam
A. Schepens-Franke
A. van Cappellen van Walsum


 
Participating study
Bachelor Technische Geneeskunde
Module
Module 6
Verplicht materiaal
Book
Atlas of Anatomy. Grant, 13h edition; Lippinkott 2008. ISBN 9780781742559. ISBN:9781451182545
Book
Physics for Scientists and engineers with modern physics. Giancoli D.C., Prnetice hall 2008 (4th edition), ISBN 0131495089
Book
Clinical Medicine. Kumar P., Clarke M., Saunders 2012 (8th edition), ISBN 0702027634ISBN: 9780702044991
Book
Pathology. Rubin E. et al., Lippincott, Williams & Wilkins 2015 (7th edition), ISBN: 1451187483
Book
Clinically Oriented Anatomy. Moore K.L., Williams & Wilkins, Baltimore 2013 (7th edition), ISBN: 978-1-4511-8447-1
Aanbevolen materiaal
Canvas
Diverse tijdschriftartikelen, beschikbaar in het Blackboard archief
Book
Larsens Human Embryology, G. Schoenwolf e.a.
Book
Medical Physiology, W.F. Boron, E.L. Boulpaep, Saunders
Book
Intermediate Physics for medicine and biology, Hobbie R.K, Roth B.J, Springer, fourth edition, 2007. ISBN: 978-0-387-30942-2
Book
VC en PG: Medische consultvoering. Veening Dr. E.P., et al., Bohn, Stafleu en Van Lochem 2009. ISBN 978 90 313 6324 7
Book
VC en PG: Fysische Diagnostiek, Bohn Stafleu te Loghum. Auteur: T.O.H. de Jongh, Druk/editie 1 (1 juni 2010). ISBN 13 9789031352265 Uitgever Springer Media B.V.
Werkvormen
Assessment
AanwezigheidsplichtJa

Opdracht
AanwezigheidsplichtJa

Practicum
AanwezigheidsplichtJa

Presentatie(s)
AanwezigheidsplichtJa

Toetsen
Patientcasus

Anatomie en Klinische Pathofysiologie

Lichamelijk Onderzoek Thorax

Pathfysiologie

Beeldvorming en Meettechnieken

Practicum CT

Practicum Xray

Practicum Nucleair

Practica US Doppler

Communicatie en Professioneel Gedrag

SluitenHelpPrint
Switch to English